Tuigage

spesmea_zeilenOp deze foto zie je de “Spes Mea” met bijna alle zeilen bij. Grootzeil, fok en kluiver zijn de standaardzeilen De extra zeilen zijn de breefok en het waterzeil. Het grootzeil wordt grotendeels bediend met behulp van lieren, de overige zeilen “op de hand”.

Hieronder een illustratie van het standaardtuig van een tjalk. Het eerste wat opvalt is dat de “Spes Mea” als een van de weinige tjalken een ra (rondhout in de mast) heeft. Hierin kan bij voor-de-windse koersen en ruime koersen nog een flinke lap gehesen worden. (Breefok 90 m2). Dit is dus een dwars getuigd zeil.
De breefok kwam vroeger wel vaker voor op zeetjalken.

Onder de giek kan bij voor de wind en ruime wind het waterzeil worden gevoerd. Naast de ‘standaard-kluiver’ is er ook nog een grote kluiver aan boord voor de wat lichtere weertypes. Totaal: plm. 390 m2 zeilplezier.

Verder is goed te zien dat de mast verstaagd is met diversen stagen (staaldraden) die boven uit de mast naar de romp lopen. Dit is om de mast stijfheid ten opzichte van de romp te geven. Eén naar voren, de voorstag, waarlangs de fok gehesen kan worden. 4 Stagen naar stuur- en bakboord. Al deze stagen zijn vast. Dtjalk-tuigagee twee stagen die schuin naar achter lopen heten bakstagen. Deze stagen zorgen voor een strakke voorstag. Waarvan de loefzijde altijd strak moet staan en lijzijde los is. (wind en windschaduw zijde). Op deze manier kan de giek uitzwaaien.

Naast het schip hangen de zwaarden. Deze grote houten ‘planken’ steken aan lijzijde in het water. Ze voorkomen het verlijeren; platbodems hebben geen kiel.

De romp

Een tjalk is te herkennen aan haar bolle steven en achterschip. Het boeisel, bovenste rand van het schip, loopt hier iets naar binnen. Het berghout, de stootrand om het schip, is zwaar uitgevoerd op de kop en kont van het schip. De voor- en achterstevenbalk zijn ook zwaar uitgevoerd. Aan de achtersteven is het zogenaamde aangehangen roer bevestigd. Bovenop het roer is meestal de helmstok bevestigd. Maar vele grote tjalken zijn nu uitgerust met een stuurrad. Zo ook de “Spes Mea”. De tjalk is eigenlijk de oervorm van het Nederlandse vrachtschip. Vroeger uitsluitend uitgevoerd in hout. Na plm. 1880 werden deze schepen van ijzer gebouwd. Het materiaal veranderde, de vorm bleef. Vooral het platte vlak (bodem) is erg typerend voor deze boten. Tjalken, maar ook ander scheepstypen, worden ook wel platbodem genoemd. Hiermee kon men goed varen door de vaak ondiepe wateren van Nederland.

Alle technische gegevens van de “Spes Mea” vindt je op de pagina technische gegevens.